woensdag 10 april 2013

De Twentse aanpak van Focus op Vakmanschap

Leren we het in Nederland nooit, als het gaat om onderwijsveranderingen? Hoe staat het met het lerend vermogen van onderwijsministerie en MBO-sector? Die vraag bekroop mij bij een verder goede sessie van gastcollege ROC van Twente over Focus op Vakmanschap.
Focus op Vakmanschap is wat mij betreft een typisch voorbeeld van de Global Educational Reform Movement. Belangrijke kenmerken zijn: herijking van kwalificatiedossiers, kwaliteitszorg, tevredenheid, rendementsverbetering, verkorting niveau 4 opleidingen en intensivering van onderwijstijd. Op zich begrijpelijk, maar er is sprake van landelijke eisen en standaardisatie van onderwijs. Je moet bij Focus op Vakmanschap vooral kijken naar de onderliggende ideeën, en naar het verborgen curriculum. Ik sta er kritisch tegenover, en benieuwd hoe MBO-instellingen hier mee omgaan. Daarom heb ik hierover een sessie van ROC van Twente over dit onderwerp gevolgd.
Het ROC van Twente heeft een stappenplan gemaakt, een nulmeting uitgevoerd, de focus gelegd op tevredenheid en rendement. Zij vinden het vooral ook belangrijk om de landelijke plannen af te pellen en eigen accenten te leggen. Klein maken, dus. Zij hanteren geen projectaanpak, maar willen werken vanuit een netwerkorganisatie met kenniskringen voor kennisdeling en met veel autonomie voor teams.
Het ROC van Twente bekritiseert de tegenstrijdige informatie vanuit landelijke gremia en de onduidelijkheid, onder meer wat betreft cohorten, kwalificaties, taal en rekenen, en het diplomamodel. Het plan is twee jaar geleden gelanceerd en er worden weinig knopen doorgehakt. Het wordt erg ingewikkeld gemaakt. Daarmee maakt de sector, vond de spreker, zich eigenlijk belachelijk.
Tijdens deze sessie werd bijvoorbeeld aangegeven hoe omgegaan wordt met niveau 1 opleidingen. Grote groepen deelnemers stromen door naar niveau 2. Daarom wil men deze opleidingen dicht tegen niveau 2 aan organiseren. De eisen die aan deze niveau 1 leerlingen worden gesteld zijn erg hoog. De opleiding is drempelloos, en er is een bindend studieadvies na vier maanden. Het streefniveau Taal en Rekenen 2F zal naar verwachting leiden tot veel uitval, en dus tot veel jeugdwerklozen. Fantastische vaklui gaan verloren doordat men 'ik wordt' schrijft in plaats van 'ik word'. Eigenlijk moet niveau 2F als minimumniveau landelijk ter discussie worden gesteld, vond men (terecht). Eigenlijk heb je voor deze opleiding maar 1,5 jaar bekostiging voor lerenden. Deze doelgroep moet ook 1000 uur per jaar onderwijs krijgen, waarvan 600 begeleid.
Een aantal werkgroepen binnen het ROC is bezig uitgangspunten uit te werken, bijvoorbeeld op het gebied van intake, begeleiding, programmering en examinering.
Tijdens de sessie is men ook ingegaan op wat men goed onderwijs vindt. Men ontwikkelt op dit moment een website met goede voorbeelden. Flipping the classroom is zo'n voorbeeld. De aanwezigen konden via Padlet ideeën formuleren rond dit concept, en rond nieuwe onderwijsvormen.
Eigenlijk werd ik een beetje triest van deze sessie. Niet van de wijze waarop de sessie werd verzorgd of van de benadering van ROC van Twente. Lekker nuchter. Focus op Vakmanschap is echter het zo veelste landelijke plan dat mag worden ingevuld en uitgevoerd door de werkvloer. Zij hebben al weer te maken met veel duidelijkheden. Het MBO is gewend dat kaders worden geformuleerd en landelijk worden uitgewerkt. Vervolgens blijkt de sector collectief niet in staat om die uitwerking op tijd te realiseren. Met veel onduidelijkheden en onzekerheden tot gevolg. Zeer demotiverend voor docenten. Dat hebben we gezien met eerdere landelijke plannen. Deze systematiek werkt wat mij betreft niet. Bovendien is m.i. sprake van een herhaling van zetten. Waarom leert een sector, die leren als core business heeft, zelf ogenschijnlijk zo weinig?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen